De coronaspoedwet zal niet
per 1 juli in werking treden, schrijft het kabinet in een vrijdag verzonden
brief aan de Kamer.
19 juni 2020
De wetsbehandeling van de noodwet, die alle
tijdelijke noodverordeningen als gevolg van de coronamaatregelen in een wet moet
verankeren, heeft meer tijd nodig.
"Een
zorgvuldige behandeling in de Tweede en Eerste Kamer vergt tijd en
aandacht", aldus minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid).
De
coronamaatregelen, zoals het afstand houden, worden op dit moment met een
beroep op noodverordeningen gehandhaafd door het lokaal gezag.
Maar
noodverordeningen zijn niet bedoeld voor een lange periode. Critici menen dat
het parlement een dergelijke inbreuk op grondrechten moet behandelen.
Ook is er
kritiek op de verregaande bevoegdheden die de politie krijgt om te handhaven.
Zo wil het kabinet dat de politie ook in woningen mag controleren of er te veel
mensen zijn die onderling onvoldoende afstand houden.
Nationale
ombudsman Reinier van Zutphen voorziet "verstrekkende gevolgen".
Ook de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG) is kritisch en vreest lokaal weinig
bewegingsvrijheid te krijgen.
Ook de Raad
voor de rechtspraak en het College voor de Rechten van de Mens verwachten
problemen.
Meerdere partijen in de Tweede Kamer lieten onlangs al weten dat de
Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 niet door het parlement heen mag worden
gejaagd. De Jonge schrijft dat hij de wet na de kritiek op punten heeft
aangescherpt. Hij biedt de Kamer de ruimte om zelf te bepalen wanneer de wet
behandeld wordt.
