Goeroes en sektes
30 december 2018 / Gerrit Gielen
“God geeft de mens waarheid. De duivel maakt er
een organisatie omheen.”
Een aantal jaren geleden nam ik ontslag van mijn werk als informaticus in
een ziekenhuis. Ik kreeg een afscheidsfeestje aangeboden en iedereen wenste me
veel succes met mijn verdere carrière. Mijn baas beschouwde zich nooit
als een beter mens dan zijn ondergeschikten, hij zag zichzelf als iemand die
gewoon ander werk deed dat meer organisatorisch van aard was; hij beschouwde
zich dus letterlijk als een medewerker. Zo hoort het.
Dit is de moderne beschaafde wereld.
Mensen die een spirituele organisatie verlaten, zoals een sekte, vergaat
het anders. Ze krijgen geen afscheidsfeestje, krijgen niet te horen: ‘Succes
met je verdere bewustzijnsontwikkeling.’ En hún baas, hun goeroe, beschouwt
zichzelf al helemaal niet als gelijke. Integendeel, hij ziet zichzelf als
iemand die verder is in zijn bewustzijnsontwikkeling en het daardoor weet, het
dus ook beter weet dan de mensen in zijn omgeving.
Zodra het om spiritualiteit gaat, zijn normen en waarden die in de
beschaafde wereld gelden, niet meer vanzelfsprekend. Er zijn geen CAO's of
ondernemingsraden. In een van de grootste spirituele organisatie die we kennen,
de katholieke kerk, worden mannen en vrouwen zelfs als fundamenteel
ongelijkwaardig beschouwd en behandeld.
Wij komen in onze praktijk regelmatig mensen tegen die negatieve ervaringen
hebben opgedaan met spirituele organisaties. Machtsmisbruik en erger lijken
eerder de norm te zijn dan uitzondering. Tik bij Google de naam van een bekende
spirituele leraar in en vervolgens het woord ‘abuse’, en het resultaat is vaak
een enorme hoeveelheid hits. Het lijkt wel of spiritueel leraar zijn niet goed
kan samengaan met normaal menselijk gedrag.
Hoe ontstaat zoiets?
Goeroe-psychologie
Het begint vaak zo. Iemand is in de “normale” maatschappij enigszins
mislukt en heeft moeite aansluiting te vinden; daardoor voelt hij zich
buitengesloten en minderwaardig. Er kan dan een moment in zijn leven komen
waarop hij meent spirituele inzichten te ontvangen langs intuïtieve of
paranormale weg. Doordat hij naar eigen zeggen nu in het bezit is van
belangrijke kosmische informatie, krijgt hij (ik zeg steeds hij, maar het kan
natuurlijk ook een zij zijn*), het gevoel bijzonder te zijn. Door deze kosmische informatie
krijgt hij een sterk gevoel van eigenwaarde, waar hij na zijn gevoelens van
minderwaardigheid afhankelijk van wordt; daardoor is hij niet meer in
staat dergelijke informatie kritisch te bezien. De informatie werkt verslavend,
zoals alcohol dat kan doen: het geeft je een goed gevoel, maar bij
afhankelijkheid berooft het je van zelfreflectie en kritische zin.
Kortom, die persoon begint zijn gevoel van eigenwaarde te ontlenen aan de
spirituele en paranormale boodschappen. Als die doorkomen, kan hij ze niet meer
kritisch bekijken. En uiteraard zijn er in de ons omringende astrale wereld genoeg
energieën die hem willen “voeden”.
In de loop van dit proces vindt er geleidelijk een innerlijke verschuiving
plaats: 'Ik moet toch wel bijzonder zijn, want ik krijg belangrijke spirituele
inzichten door,' verandert in: 'Omdat ik heel bijzonder ben, krijg ik ze door.'
Deze persoon gaat het heel vanzelfsprekend vinden dat hij en niet iemand anders
is uitgekozen om waarheden te ontvangen en door te geven. Zo ontstaat een
toestand van permanent zelfbedrog. In de trant van: “Omdat ik heel bijzonder ben,
zijn de boodschappen die ik doorkrijg dat ook, en ze zijn zonder meer
altijd waar”. Iedere vorm van zelfkritiek is verdwenen. De goeroe in spé voelt
zich verheven boven zijn medemensen; zij dienen voor hun eigen bestwil naar hem
te luisteren en hem te volgen. Hij kent immers de waarheid, zijn medemensen
zijn dwalende. Als ze niet naar hem luisteren, zijn ze verkeerd bezig, zijn ze
slecht. De houding naar anderen is: ‘ik ben hier (boven) en jullie zijn daar
(beneden).’ Het inzicht dat hij zelf een mens is, die met vallen en opstaan
moet groeien en leren, is ver weg. De goeroe is geboren.
Sektepsychologie
Dan krijgt hij volgelingen. Vaak zijn dat mensen die de oplossingen van hun
angsten, twijfels en onzekerheden buiten zichzelf zoeken. Door de
zelfverzekerde manier waarop de goeroe zonder spoor van twijfel zijn ideeën
uitdraagt, krijgen ze de indruk dat deze wel heel bijzonder moet zijn. Ze raken
ervan overtuigd dat ze voor de oplossing van hun problemen bij hem moeten
zijn. Dat hij alle angst en twijfel bij hen kan wegnemen. Ze beseffen niet dat
ze zo hun vrijheid en een groot deel van hun menselijke waardigheid uit handen
geven.
De goeroe denkt dat hij verder is dan zijn leerlingen; dezen bevestigen dit
valse zelfbeeld door hem als meester te zien en als zodanig te benaderen. Hij
beschouwt zich als een beter mens, als wijzer, verlichter, verder ontwikkeld.
De leerlingen bevestigen dit zelfbedrog door naar hem te luisteren als
naar iemand die verder is: hij weet het immers beter, en ziet wat goed voor hen
is. Veel beter dan ze dat zelf zien, kunnen zien. Ze moeten zijn opdrachten
onvoorwaardelijk uitvoeren, dat is het beste voor hen. Dit achterwege laten is
niets minder dan afwijken van het rechte pad. Een eigen mening hebben, kan tot
dwalingen leiden en is dus gevaarlijk.
De situatie groeit geleidelijk steeds schever. Leerlingen gaan echt geloven
dat afwijkend denken en doen slecht voor hen is, en versterken zo het ego van
de leraar.
In de sekte ontstaat langzamerhand een dualistisch wereldbeeld: de sekte is
goed, de buitenwereld is slecht. Als een goeroe moet kiezen tussen ‘er is iets
mis met mij en mijn boodschap’ of ‘de mensheid is slecht omdat ze niet naar mij
luistert,’ dan kiest hij voor het laatste. Dit wordt dan ook vaak zijn centrale
openbaring naar de sekteleden toe: ‘De mensheid is slecht, de ondergang is
nabij, maar ik ben jullie redding.’
Om het belang van de sekte te benadrukken, verkondigt de goeroe dat de
buitenwereld in de greep is van kwaadaardige complotten, vaak gericht tegen de
sekte. Om die reden zijn volgelingen die de sekte verlaten natuurlijk slecht:
ze kiezen immers voor het kwade; ze verlaten het licht en zullen wegzakken in
de duisternis. Allerlei onheil zal hun overkomen.
De leraar zinkt dan steeds verder weg in zijn eigen waanideeën. Zijn ego
wordt steeds groter. Hij beschouwt zichzelf als heilig, kritiek op hem is dus niet
minder dan blasfemie. Steeds meer verliest hij het contact met de
werkelijkheid. Hij gedraagt zich steeds excentrieker en trekt zijn volgelingen
in zijn gedrag mee. Hij tolereert alleen maar volgelingen die hem blindelings
volgen en volledig bevestigen in zijn rol als alwetende leider. Ieder kritisch
geluid wordt gezien als een teken van dwaling. Na verloop van tijd is hij enkel
nog omringd door ja-knikkers die bij hem in het gevlei willen komen. Hierdoor
loopt er steeds meer fout en gaat de sekte als organisatie steeds slechter
functioneren. Omdat de goeroe niet in staat is tot zelfkritiek zoekt hij de
oorzaak van problemen steeds bij anderen. Die luisteren in zijn ogen niet goed
naar hem en begrijpen zijn instructies niet. En doordat er steeds meer fout
gaat, wordt hij bevestigd in zijn overtuiging dat de mensen in zijn omgeving
minderwaardig zijn en zijn aanwezigheid eigenlijk niet verdienen.
De sekteleden veranderen zo in angstige mensen met een zwak zelfbeeld. Ze
durven op een gegeven moment niet meer zelf te denken, absorberen nog slechts
de denkbeelden van de goeroe. En de goeroe? Die wordt steeds meer
paranoïde met als gevolg dat de sekte als geheel wegdrijft richting
waanzin. In het extreme geval, leert de geschiedenis, pleegt een sekte zelfs
collectief zelfmoord. Van spiritualiteit is geen sprake meer, die was er
eigenlijk vanaf het begin al niet.
Gelukkig zijn er uitzonderingen. Over de hele wereld zijn mensen bezig om
hun kennis op een positieve manier uit te dragen, om hun omgeving te verlichten.
Natuurlijk hebben ze ook hun problemen, maar het verschil met bovenstaande
goeroes is dat ze die eerlijk onder ogen zien. Een ware goeroe zal er altijd op
wijzen dat de goeroe in het innerlijk van ieder mens te vinden is. Hij zal
nooit zeggen dat hij als deze persoon de goeroe voor anderen is. Hij
presenteert zich als wegbereider van de ene werkelijke goeroe: die bevindt zich
in het binnenste van elk mens; daar zal hij op wijzen.
Hoe vind je deze mensen, hoe herken je spirituele leraren die integer zijn?
Hieronder geef ik een aantal kernmerken van goede leraren.
Hoe
het wel kan
Een goede leraar maakt vrij
Een goede leraar maakt vrij
Iedere goede leraar weet dat zijn leer niet het eindpunt is. Hij maakt zelf
een ontwikkeling door, en weet dat zijn bewustzijn verder zal groeien. Hij weet
niet welke wegen hij in de toekomst zal bewandelen, wat het universum hem zal
schenken, hoe zijn bewustzijn verder zal groeien.
Hij weet ook dat anderen in een eigen ontwikkelingsproces zitten en heeft
daar respect voor. Hij beseft namelijk dat hij het proces van een ander nooit
volledig kan begrijpen en doorzien.
Hij reikt zijn kennis dan ook altijd aan om een ander verder te helpen. Een
goede leer is dus nooit een eindpunt, een waarheid die voor eeuwig vast ligt,
maar een duwtje in de rug. Iets dat je helpt om weer in beweging te komen, om
weer te gaan vertrouwen op de natuurlijke stroom van het leven, om nieuwe paden
in te slaan.
Een goede leraar weet dat ieder levend wezen een uniek deel is van de
kosmos en daarin zijn eigen weg heeft te gaan. Geen mens weet wat de weg en de
plaats van een ander in het universum is. Hij zal dan ook nooit zijn eigen weg
en visie aan de ander opdringen, en nooit zeggen: dit moet je doen,
dit is jouw weg. Hij geeft juist vrijheid door te wijzen op de eigen
mogelijkheden, het eigen goddelijk potentieel.
Voor de leerling is de leer van een leraar altijd slechts vertrekpunt. Iets
dat hem helpt bij het zetten van een volgende stap, om daarna zelfstandig
verder te gaan.
Het bewustzijn wil altijd groeien, er is altijd een volgende stap. Er
zullen altijd nieuwe ideeën, nieuwe ervaringen zijn. De uiteindelijke waarheid
is niet in taal te vatten.
Ideeën die eens verlichting en vooruitgang brachten, zullen eens verouderd
raken en de vooruitgang, de evolutie van het bewustzijn belemmeren. Dan is het
tijd om ze los te laten.
Op het moment dat mensen zeggen “Deze leer, dit boek, is de absolute
waarheid, nu weten we hoe het werkt.” zetten ze hun vooruitgang stil. Ze raken
dan steeds meer achter bij mensen die hun innerlijke stroom wèl volgen.
Dit is wat we in onze samenleving zien gebeuren. Waar normale organisaties
zich verder ontwikkelen, met nieuwe ideeën komen, nieuwe samenwerkingsvormen
ontwikkelen, steeds meer aandacht krijgen voor de ontplooiing en het geluk van
de individuele werknemer, daar zijn veel spirituele organisaties vaak stil
blijven staan.
Een goede leraar weet dat de waarheid overal te
vinden is
De waarheid is overal te vinden, want alles komt voort uit de waarheid. Ze
is te vinden in een zandkorrel, in een bloem, in de sterren boven ons, in de
glimlach van een kind, in ons hart. En naar die waarheid zijn oneindig veel
wegen. Als we meegaan met de stroom komen we vanzelf bij de waarheid die we
zoeken. Daar hoeven we niets voor te doen. Uit iedere vraag ontstaat een
energetische stroom, een stroom die ons vanzelf bij het antwoord brengt.
Een goede leraar weet dit. Hij zal ons dan ook alleen maar aanmoedigen om
te vertrouwen op die stroom, om mee te gaan met die stroom. Want hij weet dat
die stroom ons naar het antwoord voert dat we zoeken. Hij zal nooit die stroom
blokkeren met zijn eigen leer, zijn eigen opvattingen.
Hij maakt zijn eigen rol zo klein mogelijk. Hij weet: hoe meer ik doe, des
te groter de kans dat ik de stroom verstoor.
Ieder mens heeft zijn eigen unieke band met de waarheid; die vindt hij in
de stem van zijn hart, zijn geweten, zijn intuïtie. Een goede leraar
respecteert dit. Hij zal daarom nooit claimen de waarheid in pacht te hebben,
hij zal juist de innerlijke band versterken en voeden die een ‘leerling’
met de kosmos heeft.
Een goede leraar is blij als zijn leerlingen hem
overtreffen
De evolutie van de mensheid op Aarde verloopt ongeveer als volgt. Door de
eeuwen heen zorgden allerlei oprecht spirituele mensen en vele andere
niet-menselijke wezens voor een geleidelijke groei van het bewustzijn op Aarde.
Hierdoor is de sfeer op Aarde steeds fijner geworden. De stap van het zielenrijk
naar het Aardse rijk wordt steeds kleiner. Nieuwe generaties weten steeds beter
hoe om te gaan met de vloeiende, speelse energie van het zielenrijk.
Kijk maar naar de spontane en vrolijke, maar o zo gevoelige kinderen van de
nieuwe generatie, de nieuwetijdskinderen. Ze zijn verder dan wij, staan met hun
bewustzijn dichter bij de bron. Hun energie is vloeiender, ze zitten minder
vast in morele en dogmatische overtuigingen die hun oorsprong vinden in het
verleden.
Op precies dezelfde manier hebben wij een beter contact met ons
zielenbewustzijn dan de generaties voor ons.
De leraren voor ons, mensen die wij terecht bewonderen, begonnen hun werk
toen de sfeer op Aarde veel zwaarder en grover was dan nu. Daarom staan wij op
een bepaalde manier dichter bij onze innerlijke kern dan zij deden. Dat hebben
wij aan hen te danken, maar het betekent tegelijkertijd dat wij hun ideeën
moeten relativeren, plaatsen in de tijd en cultuur van toen.
Iedereen absorbeert als kind de energieën van zijn tijd, dit geldt ook voor
een leraar. We vinden dat altijd terug in zijn werk. Daarom moeten we alles wat
vanuit het verleden tot ons komt relativeren, plaatsen tegen de achtergrond van
de betreffende tijd en cultuur.
Het menselijk bewustzijn groeit altijd, de ‘waarheid’ van gisteren is niet
per se de waarheid van vandaag.
Een echte leraar weet dit. Hij verheugt zich over verdere groei, en is blij
als zijn leerlingen zich verder ontwikkelen en zijn zaad tot bloei brengen.
Een goede leraar erkent zijn eigen proces
Hier op Aarde maken we allemaal een ontwikkeling door, we hebben het
eindpunt nooit bereikt. Er is altijd verdere groei mogelijk. We hebben allemaal
onze moeilijke perioden, onze problemen. Onze momenten van angst, wanhoop en
vertwijfeling. Er is niemand die daar boven staat.
Misschien herinner je je nog van school dat er twee soorten leraren waren.
Er waren leraren die voor het bord stonden en het eerlijk toegaven als ze iets
niet wisten: dat waren de beste. Er waren er ook die hun onwetendheid verborgen
probeerden te houden: dat waren de mindere. In de klas voelde je zoiets
onmiddellijk.
Hetzelfde geldt ook voor spirituele leraren. Echte leraren erkennen eerlijk
hun problemen, hun zwakheden, hun angsten en onzekerheden. Een leraar die dat
niet doet, die zich boven zijn leerlingen plaatst met een air van ‘ik ben daar
waar jullie nog lang niet zijn,’ heeft een ego probleem. Hij ontleent zijn
identiteit aan zijn goeroeschap. Achter die houding zit angst: hij is bang dat
zijn leerlingen hem zullen laten vallen als ze zijn zwakheden zien.
Een goede leraar relativeert zijn leer
De waarheid draagt een bepaalde kracht in zich; op het moment dat mensen de
waarheid horen, gaat er innerlijk iets in hen meeresoneren.
Wat is de waarheid? Wat is een ware gedachte of een waar idee? Dat is een
gedachte of idee die een mens helpt om in harmonie te komen met zichzelf
en de omringende wereld. De waarheid is helend, bevrijdend. Ze raakt iets in
jezelf, veroorzaakt beroering, opwinding en enthousiasme. Je merkt
het ook aan iemand: de waarheid straalt dan uit iemands ogen; en je hoort
het aan zijn stem.
Wat het universum, het al, in diepste wezen is, blijft onzegbaar. Het
laat zich niet in woorden vangen, overstijgt ons denken.
Een goede leraar weet dit. Hij weet dat de meest verheven en zuivere
woorden uiteindelijk niet meer zijn dan een stapje in de richting van de
waarheid. Hij zal daarom altijd bescheiden blijven, zijn eigen woorden
relativeren. Hij weet dat eens op Aarde de energieën hoger en verfijnder zullen
zijn dan nu, en dat op Aarde dan een taal gesproken zal worden die de waarheid
meer benadert dan de huidige.
Een goede leraar werkt niet met angst, maar met
liefde
Er zijn heel veel geloven en leraren die met angst werken: “Luister naar
mij, anders loopt het fout; volg deze regels, anders kom je in de hel.” We
kennen ze allemaal. Achter een dergelijke leer zit angst.
Een goeroe die met angst werkt, is bang dat hij zijn volgelingen zal
verliezen, bang dat hij zonder volgelingen komt te zitten en daardoor geen
bestaansrecht meer heeft.
Iemand met minderwaardigheidsgevoelens ontleent vaak zijn identiteit aan
zijn geloof.
Als een ander dit geloof niet deelt, zal hij dat als een bedreiging
voor zijn identiteit ervaren. Zo’n ander moet dus wel slecht zijn en gestraft
worden.
Angst is hèt kenmerk van een leer die niet zuiver is.
De waarheid is gebaseerd op liefde. Een zuivere leer draagt die liefde uit,
tegelijk met respect voor anderen en het leven.
Ieder levend wezen is een uniek deel van de kosmos. Er is een plaats voor
iedereen. Wat je ook gelooft, wie je ook bent, wat je ook doet, er is geen
oordeel, er is alleen maar onvoorwaardelijke liefde. Een goede leraar weet dit.
Hij zal andersdenkenden altijd met respect en liefde behandelen, hij zal niet
oordelen en veroordelen.
Hij zal nooit angst gebruiken om zijn leerlingen over te halen tot een
bepaald standpunt. Iedere leer die op angst gebaseerd is, zal uiteindelijk
verdwijnen.
Tot slot: een goede leraar weet dat hij ook
leerling is
We zijn allemaal op weg. Zolang we niet alles zijn, zolang we niet de ene
zijn, zijn we op weg, zijn we aan het leren en groeien.
Wij hebben ervaringen gehad, inzichten verworven die anderen nog moeten
verwerven. En sommigen zijn verder dan wij in hun ontwikkeling.
Besef dat het leren van dingen, het werkelijk doorleven ervan tijd
kost. Wees daarom nooit ongeduldig, niet met jezelf en niet met anderen.
Een goede leraar is iemand die zich bewust is van zijn dwaasheden en
blunders, van zijn menselijke zwakheden. Hij zal deze accepteren en niet
veroordelen. En neemt hij ze bij zijn leerlingen waar, dan zal hij ze zeker
accepteren en niet veroordelen. Hij weet immers dat hij zelf ook leerling is.
Gerrit Gielen
*Mensen die iets willen lezen over een
vrouwelijke goeroe kan ik dit boek aanraden: Prophet's Daughter: My Life With
Elizabeth Clare Prophet Inside The Church Universal And Triumphant
(ISBN-13: 978-1599219721, auteur Erin Prophet).
