De
spirituele band tussen een oma en haar kleinkind
Op een
dag zei het jongetje: ‘Oma, jij gaat heel gauw een lange reis maken
hè?’ ‘Nee hoor, m’n kind,’ zei de oude vrouw, ‘waar zou ik
naar toe kunnen gaan, je weet toch dat ik slecht kan lopen?’ Maar
oma, je hoeft daar niet te lopen hoor,’ antwoordde het jongetje, ‘je zweeft
daar gewoon overal naartoe. Maar, het duurt nog wel eventjes voor je op
reis gaat, want eerst word je nog een beetje ziek.’
De oude
vrouw begreep gelijk wat haar kleinzoon bedoelde, want de laatste tijd voelde
ze zich niet zo lekker. Een paar dagen later was ze ziek en moest ze het bed
houden, maar haar kleine, grote vriend bleef bij haar, het knulletje week niet
van z’n oma’s zijde. Een paar dagen later ging het zo slecht met de oude
vrouw dat de familie bijeenkwam om afscheid van haar te nemen. Het kleine
manneke begreep daar niets van en zei: ‘Waarom nemen jullie afscheid van
oma? Dat hoeft helemaal niet want zij zal altijd in de buurt blijven hoor,
hè oma?‘ De oude vrouw knikte bevestigend naar haar lieve kleinzoon.
Een
ogenblik later zette het knulletje grote ogen op en zei: ‘Kijk
eens oma, zie je al die Engelen staan? En hoor je hoe mooi Ze
zingen? Ze zijn zó blij dat jij nu met Ze meegaat en lange reizen kan gaan
maken, maar je komt toch wel af en toe bij mij langs hè oma?‘ Met
een liefdevolle glimlach knikte de oma nogmaals naar haar kleinzoon, waarna ze
voorgoed haar ogen sloot.
En, zoals
beloofd bezoekt ze haar kleinkind af en toe en waakt ze voor altijd over hem.
Veel
liefs, Ans
