vrijdag 26 januari 2018

Vliegen als een vogel / Gepubliceerd 20 januari 2018 | Door Ans Hoornweg

Vliegen als een vogel
Gepubliceerd 20 januari 2018 | Door Ans Hoornweg

Ergens in de polder woonde een jongen die – als zijn laatste levensles op Aarde – ter wereld was gekomen met een zwaar gehandicapt lichaam. Deze jongen heeft nooit kunnen lopen en kon zich amper bewegen, daarom woonde hij bij zijn ouders die hem liefdevol verzorgden.

Ook al zat hij z’n hele leven in een rolstoel, deze jongen onderging zijn (zelfgekozen) lot zonder klagen of zelfmedelijden;  hij probeerde juist wat van z’n leven te maken en genoot van de dingen die hij wél kon. Zo zat hij graag voor het raam van z’n ouderlijk huis naar buiten te kijken, want daar zag hij vaak roofvogels boven de weilanden vliegen, en dan droomde hij ervan om – net als die prachtige vogels – vrij overal naartoe te kunnen vliegen.

Op een gegeven moment ging de gezondheid van de jongen snel achteruit; hij kreeg hoge koorts en daardoor droomde hij erg veel. Op een nacht droomde hij dat een grote, witte roofvogel voor hem neerstreek en deze roofvogel nodigde hem uit om op z’n rug met hem mee te vliegen. Dit was de allergrootste wens van de gehandicapte jongen, dus klom hij met z’n laatste krachtsinspanning op de rug van deze prachtige vogel.


De jongen vond het wel een beetje eng, maar de vogel stelde hem gerust met de woorden: ‘Kom, wees niet bang en hou je maar goed vast aan mij’. Op dat moment sloeg de jongen zijn armen om de hals van de roofvogel en zo vlogen ze samen over de hele Aarde. Tijdens die vogelvlucht zag de jongen voor het eerst van z’n leven de enorme schoonheid van de Aarde, en dat maakte hem intens gelukkig! Wat hij wel vreemd vond was dat hij z’n lichaam niet meer voelde; het leek wel of hij verlost was van al z’n pijn en beperkingen?!

Toen de roofvogel al een tijdje met de jongen op z’n rug had rondgevlogen zei hij: ‘En nu ga jij proberen om zélf te vliegen, naast mij. Ik weet dat je het kan, dus vertrouw maar op mij en jezelf.’ Heel voorzichtig liet de jongen de vogel los om vervolgens naast hem mee te vliegen, en dat gaf hem een ongekend gevoel van vrijheid waar hij heel gelukkig van werd.

‘Voortaan zal jij kunnen vliegen waarheen je maar wilt’, zei de vogel, ‘want, zoals je inmiddels zult begrijpen heb je je lichaam losgelaten en is jouw zieke lichaam achtergebleven op de Aarde.’

Onder begeleiding van de roofvogel ‘vloog’ de jongen terug naar z’n ouderlijk huis in de polder, en daar zag hij dat hij overleden was. Hij zag ook het verdriet van z’n ouders, maar toch wou hij voorlopig niets anders meer dan vliegen, vliegen naar waar hij maar wilde.

Omdat de jongen zijn geliefde ouders wilde troosten verscheen hij in hun dromen, en dan vertelde hij hen om niet langer verdrietig te zijn omdat hij nu zo intens gelukkig was.

Veel liefs, Ans