vrijdag 27 mei 2016

Gedicht: De tunnel


De tunnel

Door de tunnel van de rouw
strompel ik, verdoofd, gebroken.
Niemand die het warm kan stoken
Tweezaamheid was zonder kou
Eenzaam ben ik,  zonder jou.

Door de tunnel van de rouw
strompel ik, verblind van tranen.
Niemand die een weg kan banen.
Tweezaamheid was onze trouw,
Eenzaam ben ik zonder jou.

Door de tunnel van de rouw
strompel ik in’t diepe duister.
Niemand hoort mijn hees gefluister.
Tweezaamheid was man en vrouw,
Eenzaam ben ik, zonder jou.

N.P.