Zodra je jezelf aan de kant van de meerderheid ziet staan, wordt het de hoogste tijd om een pauze in te lassen en hierover na te gaan denken. De kans is namelijk zeer klein dat je daar de waarheid zult vinden.”

Mahatma Ghandi.


donderdag 26 juni 2014

El Morya: De God van Abraham was de Levende God – niet een dode god. 1. Geplaatst 26 juni 2014

El Morya: De God van Abraham was de Levende God – niet een dode god. 1.
Geplaatst 26 juni 2014

Noot: De boodschapper was in de Japanse Tuin bij de Israëlische regeringsgebouwen, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Het Hooggerechtshof en de Knesset. Er was een door mensen gemaakte waterval in de buurt.
Ik ben zeker More, mijn geliefden, de enige echte Master More, want er is maar één van mij, hoewel er anderen zijn die beweren dat ze mij zijn, maar het niet zijn, omdat ze niet bereid zijn MEER te zijn. En daarom kunnen ze niet met me meestromen, maar worden achtergelaten in een statische staat, ergens in tijd en ruimte, terwijl ik voortdurend transcendeer en me verder dan tijd en ruimte beweeg, mijn geliefden, in de eeuwige voortgang van zijn, van transcendentie, van de Rivier van Leven die IK BEN.

En dus symboliseert het geklater van de waterval op de achtergrond, mijn geliefden, die Rivier van Leven, die eeuwig verdergaat en nooit hetzelfde is. Jullie kennen vast het oude cliché dat je niet twee keer in dezelfde rivier kunt stappen en het is zeker niet alleen maar een cliché. Er zit een diepere waarheid achter waarover je kunt nadenken en mediteren, want zo zit het ook met de stroom van bewustzijn die je fysieke ruimte en tijd noemt.

Mijn geliefden, de illusie – de grote illusie aller tijden – is dat mensen, in hun dualistische bewustzijn, inderdaad niet verder kunnen zien dan de vastheid van de materie. En daardoor schrijven ze realiteit aan materie toe, ze schrijven er continuïteit aan toe, en ze geloven zeker dat het macht over hen heeft. Want ze zijn vergeten dat zij de eeuwige Geest Vonk zijn, dat zij levensstromen zijn die ontworpen zijn om met de Rivier van Leven mee te stromen. En zij zijn ook op het punt gekomen dat ze die stroom door hen heen stoppen, trachtend zich aan iets vast te klampen waarvan ze in dit rijk nog niet genoeg van hebben gekregen, dit illusoire rijk van tijd en ruimte.

De God van Abraham gebruiken.

Dus mijn geliefden, laten we teruggaan naar de tijd van Abraham, die beschouwd wordt als één van de Patriarchen van het Joodse geloof, één van de patriarchen van zowel het christendom als de islam, als de drie monotheïstische religies. Mijn geliefden, predikte Abraham wel wat jullie tegenwoordig monotheïsme noemen? Welnu, ja en nee mijn geliefden, afhankelijk van hoe je monotheïsme definieert. Want zie je, in de tijd van Abraham was deze hele religie een mengsel van verschillende stammen, elk had zijn eigen stamgoden, gewoonlijk een of andere afgod uit hout of steen of goud of wat ook maar, gebeeldhouwd, maar een fysiek object, waarvan ze geloofden dat de God die ze vereerden in dat fysieke object woonde en niet ergens anders in het rijk der materie.

Dus wat je kreeg waren niet alleen conflicten tussen de verschillende stammen over land of hun kuddes, maar je kreeg ook conflicten over de stamgoden en het idee dat elke stam geloofde dat hun God sterker was dan de God van de andere stam, mijn geliefden. En dus toen ik geïncarneerd was als jongeman, dacht ik hierover na. Ik dacht na waarom dit conflict tussen de stammen bestond en ik besefte dat als de stammen hun conflicten moesten overwinnen, ze iets nodig hadden om hen te verenigen, iets wat groter was dan hun stam. Ze moesten een visioen hebben van iets dat hun eigen stam overtrof, buiten hun mentale kader – hoewel ik zeker dat woord niet in die tijd gebruikt zou hebben – voor hun eigen stam.

En dus zie je dat de visie die ik als jongeman had, was dat het duidelijk de stamgoden waren die de visie blokkeerden van iets groters dan de stam en het bewustzijn van de stam. Nu, zelfs toen, mijn geliefden, was er zeker een uitwisseling van goederen en ideeën tussen deze streek en het Oosten, en ik was zo fortuinlijk om een rondreizende koopman te ontmoeten die in het Oosten was opgegroeid en bekend was met de Veda’s en het Vedische wereldbeeld. Ik hoorde van deze rondreizende koopman-wijze, zoals je hem zou kunnen noemen, het standpunt dat boven de vele goden van het Hindoeïsme – de specifieke goden met verschillende eigenschappen – er Eén Oppergod was, Brahman, de bedenker van alles wat gevormd is.

Toch staat de Brahman boven de vorm, want hoe kan de bedenker van vorm zelf vorm hebben? Het moet erboven staan, het moet transcenderend zijn, mijn geliefden, want als iets vormheeft, kan het niet de Opperbron van vorm zijn. Dit was onmiddellijk logisch voor mij.

Ik weet heel goed dat degenen die gevangen zitten in het dualiteitbewustzijn eindeloos over dit punt kunnen en zullen debatteren, of God zus of zo is, of hij is zoals beschreven in hun religie of op een andere manier. Maar zie je, God is niet een hij of een zij, omdat de God die boven alle vorm staat, niet iets aangenomen heeft dat vergeleken kan worden met manlijk of vrouwelijk, man en vrouw.

En dus, zag ik in een visioen – op een vroege morgen toen de zon opging in de woestijn – zag ik in een visioen dat zelfs achter de zon er een of andere bron moest zijn die de zon aandreef; het licht aanstuurde, het licht creëerde, het licht opwekte. En ik wist dat God, die vormloos, transcenderend, nooit-veranderende eeuwige God – DAT was mijn God. En dat is de God, over wie ik predikte, mijn geliefden; de God die boven de vorm uitgaat en daarom niet de persoonlijke God kan zijn, mijn geliefden, het boze oordelende wezen in de lucht dat in het Oude Testament afgebeeld wordt.

Want je kunt zeker zien dat Abraham niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor wat er na hem gebeurd is; toen de concepten van de transcenderende God niet enkel niet begrepen werden, maar werden geïnterpreteerd als dat het de bedoeling was dat een God bepaalde kenmerken had, terwijl mensen weer projecteerden op God wat ze wilden zien, zodat ze konden voelen, mijn geliefden, dat God hield van hun mensen, hoewel ze uitgegroeid waren tot niet maar één stam, maar het Joodse volk.

Toch wilden ze nog steeds een God die gewoon groter was dan de oude stamgod, maar van hun mensen hield. En dus namen ze het concept dat ik predikte van de transcenderende God en maakten er een materiële godheid van die ze menselijke eigenschappen gaven, in de eerste plaats door hun manlijk chauvinistische, hun door mannen gedomineerde wereldbeeld en hun mentale kader op die God te projecteren.

Degenen die met God worstelen.

En dus krijg je dan de schepping van de God uit het Oude Testament, die de God van de Israëlieten werd – de God van Israël na Jacob. En mijn geliefden, jullie zouden moeten weten dat het woord Israël ‘hij die worstelt met God’ betekent, de naam die aan Jacob gegeven werd nadat hij de hele nacht met de Engel van God geworsteld had, en weigerde de Engel te laten gaan tot hij gezegend werd.

Mijn geliefden, wat symboliseert dit trouwens? Het symboliseert een houding, een wereldbeeld, dat je wilt dat Geest in het mentale kader past dat jij in de materie gecreëerd hebt. Daardoor worstel je met de Geest, je beveelt dat de Geest naar jouw niveau van bewustzijn afdaalt en zich door dat bewustzijnsniveau uitdrukt, in plaats van te doen wat ik deed – wat Jezus deed, wat Mozes deed toen hij de berg beklom en wat alle andere waarachtige leraren en profeten gedaan hebben – namelijk je bewustzijn verhogen boven het mentale kader uit en je buiten dat mentale kader bewegen, zoals zelfs gesymboliseerd wordt door het feit dat ik mijn thuisland moest verlaten en naar andere weiden moest verhuizen, naar het onbekende verhuizen om God te bewijzen dat ik bereid was mijn mentale kader te transcenderen. Zelfs door de extreme tests te ondergaan door gevraagd te worden om fysiek mijn zoon te offeren om opnieuw te bewijzen dat ik bereid was eruit te stappen, zelfs als dat mentale kader van die oeroude maatschappij, waar zonen als je zaden werden gezien, je nageslacht, de sleutel tot je toekomst, tot de toekomst van je stamboom en naam.

Zie je mijn geliefden, hoe het van mij gevraagd werd, niet enkel zoals het in de Bijbel opgeslagen is, maar vele keren gevraagd is om dat mentale kader te transcenderen en het volgende mentale kader en dan het volgende en weer het volgende? En zie je dat dit het teken is van degenen die bereid zijn met de Rivier van Leven mee te stromen?

Want zoals Jezus onlangs in zijn laatste verhandelingen uitgelegd heeft, zolang je geïncarneerd bent, zal er een mentaal kader zijn, want je kunt niet in dit dichtere rijk van vorm zijn zonder door een bepaald kader te kijken, een bepaald filter dat je daarna op het Ma-terlicht probeert te projecteren en het Ma-terlicht moet gehoorzamen en de vorm aannemen die je door je geest erop projecteert.

Zie je dat dit de test is waar alle spirituele studenten voor gestaan hebben door alle tijden heen? Wanneer kom jij op het punt dat je stopt op de Geest te projecteren en daardoor de stroom van de Heilige Geest te verwerpen en je geest en hart open te stellen voor de leidende hand van de Geest, die diep vanuit je hart tot je kan spreken, door iemand anders tot je kan spreken, zelfs tot je kan spreken tussen de regels van een geschrift door of vanuit een directere manifestatie tot je spreekt zoals de verschijning van wat mensen Engelen noemen, maar in werkelijkheid de gedachten van God zijn, die je gezonden worden om je te wekken voor de noodzaak om buiten je mentale kader te kijken?

Want zie je niet dat – als je naar de geschiedenis kijkt – elke willekeurige religieuze of spirituele lering altijd een mentale gevangenis geworden is voor degenen die beweren een bepaalde religie te volgen? Er is geen uitzondering op, hoewel er zeker religies zijn die strenger dan anderen zijn, maar er zijn er nauwelijks die strenger zijn dan de drie grote monotheïstische religies het judaïsme, de islam en het christendom.

Want zie je niet, mijn geliefden, dat – wanneer je door de straten van Jeruzalem loopt, als je bij de Tempelberg loopt, als je naar de Olijfberg afdaalt – zie je dan de rigiditeit niet? De rigiditeit van bewustzijn, de intolerantie van degenen die andere ideeën hebben, ander manieren om naar God te kijken, andere manieren om God te vereren. En daardoor, mijn geliefden, zul je precies hetzelfde bewustzijn kennen waar ik toen in dat leven als Abraham over nadacht toen ik het bewustzijn van de verschillende stammen zag.

En zie je nu dus dat je zo veel duizenden jaren later in wat de moderne tijd heet met enorme uitgebreide kennis, van gewaarzijn, van gewaarzijn van het universum, nog steeds datzelfde bewustzijn van onverdraagzaamheid hebt naar degenen die anders durven te zijn dan jou of die anders geboren zijn door hun huidskleur, ras, etniciteit, of wat er ook maar is.

Begrijp je waarom het oude gezegde bestaat: er is niets nieuws onder de zon? Want mensen zijn nog steeds geneigd in dezelfde mentale kaders te stappen, altijd maar vanuit dat mentale kader projecterend dat andere mensen zich aan mijn mentale kader aan moeten passen en wanneer ze dat niet doen, zal ik hen afwijzen! Ik zal hun recht verwerpen, ik zal juist de mogelijkheid om zelfs iets van anderen te leren, verwerpen. Of dat ik misschien verdraagzaamheid zou kunnen leren naar anderen toe en daarom verdraagzaamheid verdien betreffende mijn eigen manier van leven, zodat ik werkelijk die manier van leven zou kunnen transcenderen en me opnieuw verbinden met het feit dat ik een spiritueel wezen ben dat ontsprong aan de vormloosheid van God. En het is de bedoeling dat ik naar vormloosheid terugkeer en ik kan dit enkel doen door die op vorm gebaseerde mentale kaders te transcenderen, die hier op aarde gecreëerd zijn om de Geest in een kleinere vorm gevangen te houden en daarom voorkomen dat de Geest haar licht laat schijnen en daardoor het collectieve bewustzijn verhoogt. hs.

wordt vervolgd