Gods liefde - wat jullie altijd al hebben geweten, dat diep binnenin jullie zelf is - omhult alle levende wezens in Zijn goddelijke omhelzing. Nu zijn jullie op het punt om de realiteit te ervaren van dat meest verfijnde gevoel dat jullie erfenis, jullie goddelijke voorrecht en jullie geboorterecht is. Het is liefdevol voor jullie bereid en in een toestand van absolute perfectie in de zekere wetenschap dat jullie zouden terugkeren om het op te eisen, en dat het klaar zou zijn voor jullie op het afgesproken moment.

SAUL

woensdag 10 mei 2017

Stilte van het Hart. Een kerk zonder muren. Een oproep van Jezus aan de mensheid

Stilte van het Hart
Een kerk zonder muren
Een oproep van Jezus aan de mensheid

Ik roep jullie op tot gemeenschap, tot een kerk zonder muren waar mensen van elk geloof tezamen komen om el­kaar lief te hebben, te steunen en te eerbiedigen Mijn kerk heeft niets van doen met wat jullie christendom noemen, of met dogma's die mensen van elkaar gescheiden houden. Zij heeft niets van doen met een kerkelijke hierarchie of een uitgebreide organisatie.

In mijn kerk is iedereen welkom Zowel de armen als de rijken, zowel de zieken als de gezonden Zowel zij die mijn naam aanroepen als zij die de naam van een van mijn broeders of zusters aanroepen. Ik sta niet tegenover een bepaalde man of, vrouw maar ik vertegenwoordig elke man of vrouw, want eenieder is een kind van God Ik vertegenwoordig de heiligheid van allen die m hun onschuld de schepping met hun tegenwoordigheid zegenen. Ik verheug me in het leven, in al zijn veelvormigheid en m zijn wezenlijke vormloosheid

Ik wil je dringend verzoeken ruimdenkend te zijn Als je mijn kerk binnenkomt hoef je je hoed niet af te zetten en je jas niet uit te doen, maar laat alsjeblieft je vooroordelen achterwege Daar is in mijn kerk geen plaats voor. Kom niet naar mijn altaar om aan je oordelen vast te houden maar om ze op te biechten, om ze los te laten in God, voor het oog van je brôeders en zusters. Je hoeft geen speciaal hoofddeksel of speciale kledij te dragen om mijn heiligdom te kunnen betre­den, maar je moet wel doordrongen zijn van het besef dat je gelijk bent aan iedereen.

Mijn kerk is een plaats van vrede en verzoening.,Het is een plaats waar angsten erkend worden en misstappen wor­den vergeven Mijn kerk verwelkomt iedereen die zijn fou­ten toegeeft. Zij verbant niemand die de geborgenheid zoekt van haar liefdevolle armen.

Vele geloofsgemeenschappen beweren de mijne te zijn, maar houden desondanks vast aan hun angsten en institutio­naliseren hun oordelen. In hun heiligdom zijn de vreemde­ling en de verschoppeling niet welkom. Ze bouwden een ge­vangenis en noemden die kerk. Ik word liever aanbeden door moordenaars en dieven dan door hen die voorgeven mijn wil te doen door anderen te veroordelen en uit te slui­ten.

Ik tolereer geen hypocrisie en heb dat ook nooit gedaan. Wie zichzelf geestelijk leidsman of leidsvrouw noemt, moet een oprecht voorbeeld voor anderen zijn. Ze hoeven niet vol­maakt te zijn, maar moeten wel de moed hebben om hun fouten toe te geven. Ze moeten eerlijk voor hun menselijk­heid uitkomen. Ze moeten van hun voetstuk af komen en le­ren anderen aan te moedigen en te stimuleren.

Je moet ook geen verheven en opgeblazen verwachtingen hebben van jezelf of van je geestelijk adviseurs. Het is niet realistisch en niet aardig om van een ander te vragen fout­loos te zijn. Je zou daarentegen wel van je leermeesters en geestelijk leiders kunnen vragen dat ze eerlijk, rechtstreeks en menselijk zijn. Dat ze hun fouten toegeven. Dat ze mede­dogen hebben met de fouten van anderen. Dat ze een sfeer van begrip, geborgenheid en liefde weten te scheppen.

Daar kan mijn kerk in voorzien. Een veilige plek. Een lief­devolle plek. Een plek waar iedereen zich kan verbinden met zijn of haar spirituele kern.

De kleingeestigheid ongedaan maken

Duizenden jaren lang hebben mensen aangenomen dat ze naar de kerk of de tempel gingen om daar samen te zijn met mensen die hetzelfde geloofden als zij. Als dat waar is, zijn kerken en tempels simpelweg een legitimatie voor kleingees­tigheid en vooroordelen. Iedereen kan wel iemand vinden die het met zijn overtuigingen eens is. Iedereen kan wel een godsdienst oprichten voor insiders en daarbij degenen die zijn overtuigingen aanvechten uitsluiten. Dat heeft niets met spiritualiteit van doen. Dat heeft meer van doen met de onzekerheid van het individu en zijn neiging zich neer te leg­gen bij de tirannie van het groepsdenken.

Die vorm van onzekerheid is een geweldige voedingsbo­dem voor een sekte. Een sekte creëert een verleidelijke sfeer die ogenschijnlijk liefdevol is en vervolgens wordt iemands ego stukje bij beetje afgebroken totdat hij volkomen in de war en machteloos is en aan zichzelf twijfelt. Zogenaamd uit spirituele overgave moeten ingewijden capituleren voor de autoritaire organisatiestructuur van de sekte. Zo kan een hersenspoeling doorgaan voor verlichting.

Hiërarchische, gesloten geloofsgemeenschappen beloven je Shangri-la, maar uiteindelijk zit je in Alcatraz. Ze beloven dat ze je van het lijden zullen bevrijden, maar wat je krijgt is lichamelijke mishandeling en geestelijke onvrijheid. Wie in zo'n situatie terechtkomt heeft iets te leren op het gebied van machtsmisbruik. Je kunt niemand ervan weerhouden zich voor zo'n leerschool in te schrijven, maar je kunt hen wel de helpende hand bieden als ze zover zijn dat ze eruit willen.

Fundamentalistische groeperingen gaan iets minder spec­taculair te werk bij hun onheuse bejegening, maar houden hun leden in hun macht door in te spelen op hun angsten, vanwege het groepsdenken dat daar heerst. Zelfs van ouds­her bestaande kerken en tempels verdragen de diversiteit maar slecht. Ten gevolgde daarvan raken ze leden kwijt die op authentieke wijze hun spiritualiteit willen verkennen.

Alleen door een respectvolle benadering van de unieke spirituele beleving van hun leden, terwijl toch ook het ge­meenschappelijke wordt benadrukt, kunnen kerken en tem­pels iets doen wat op een dieper niveau aanspreekt. Dog­ma's en spirituele hiërarchie bieden mensen geen veiligheid en geborgenheid meer. Een uitwisseling van aangezicht tot aangezicht, eenvoudige rituelen waaraan iedereen mee kan doen, zoals zingen en dansen, zodat mensen hun hart mak­kelijker kunnen openstellen voor elkaar, zorgen voor een­heid en emotionele banden binnen de gemeenschap. Om een veilige en liefdevolle sfeer te kunnen scheppen, zijn weder­zijds respect en tolerantie ten opzichte van verschillen abso­luut essentieel.

Mensen hoeven niet dezelfde overtuiging aan te hangen of hetzelfde geloof te hebben om met elkaar een spirituele gemeenschap te vormen en die eenheid te voelen. Gemeen­schap of eenwording treedt op ondanks het denken, niet dankzij het denken. Gemeenschap treedt op door liefde te geven en geen oordeel te hebben. Het kan overal optreden, bij elke groep mensen die zich willen inzetten vanuit een alles insluitende en onvoorwaardelijke liefde.

Het wordt tijd dat kerkgenootschappen en tempels zichzelf anders gaan zien. Ze moeten geen plekken meer zijn waar men zich aan lineaire overtuigingen vastklampt, maar ruimte bieden voor zelfonderzoek, waar verschillen worden verwelkomd. Liefde moet de band worden die de gemeenschap samenbindt, niet het feit dat men het ergens over eens is.

Liefde en het zwaard van de waarheid

Liefde daagt je er altijd toe uit flexibel te zijn in je overtui­gingen en anderen binnen te laten in je hart. Ze probeert steeds de grenzen op te rekken van wat jij gewend bent (je vroegere ervaringen) en wat jij acceptabel vindt (datgene waar het groepsdenken het over eens is). Dit is een vorm van liefde die je moeilijk te hanteren vindt. Jouw idee van liefde is gekleurd door de behoefte aan overeenstemming vanuit je ego. Het is een wittebroodsversie, een softe versie van iets wat de geweldigste bewustmakende kracht van het univer­sum is.

Ik bied je het zwaard waarvan ik zei dat ik je dat zou ge­ven. Gebruik het om het zachte, vettige weefsel weg te snij­den dat je hart omgeeft, weefsel dat je ademhaling onnodig zwaar en moeizaam maakt. Gebruik het om de afhankelijk­heid, het slachtofferdenken weg te snijden uit jouw idee van de liefde. Jouw versie van liefde is zwak, exclusief, hypo­criet. In feite is het helemaal geen liefde.

Liefde is in wezen een geweldig zuiverende en bewust­makende kracht. Ze kan je een koendalini-ervaring bieden waarmee alle vroegere conditioneringen worden afgeworpen. Ze lijkt schroomvallig en zacht, maar is sterker dan staal, krachtiger dan een aardbeving.

Liefde is niet alleen een scheppende maar ook een vernie­tigende kracht. Ze vernietigt het verleden. Ze laat verdwij­nen wat niet noodzakelijk meer is, opdat het nieuwe geboren kan worden. Liefde is niet alleen een omarming door voe­dend en levengevend water, maar ook het louterend wer­kende vuur van begeestering.

Johannes doopte met water en zei dat ik met vuur zou dopen. Als je mijn woorden voor het eerst hoort, zijn ze als de karmozijnen vlam van de dageraad die zich voorzichtig boven de horizon verheft. Maar als mijn woorden helemaal in je hart doordringen, branden ze als de woestijnzon of als de roodoranje vlam van de brandstapel bij een crematie.

Ik geef jullie geen wittebroodsversie van liefde of spiri­tualiteit. Mijn liefde voor jullie was tweeduizend jaar gele­den niet soft en is nu beslist niet soft.

Je ziet mijn liefde als soft omdat je bang bent voor je woe­de. Je ziet woede als iets negatiefs. Je begrijpt niet dat die in potentie tot je bewustwording kan leiden. Je beseft niet dat woede om onrecht een van de hoogste vormen van liefde is.

Wanneer je je woede en angsten niet meer op de wereld projecteert, kun je voor de waarheid opkomen zonder ande­ren te kwetsen. Je komt niet in opstand tegen andere mensen maar, tegen de onwaarheid. Je gaat tegen het valse en de onechtheid in maar voelt tegelijkertijd mededogen met hen die zich vastklampen aan valse overtuigingen. Je bekritiseert hen niet. Maar je gaat tegen hun misvattingen in met een stelligheid en een helderheid die tot de bodem gaat en die de angst en onzekerheid blootlegt waarop elke vorm van illusie gebaseerd is.

Als liefde onbekrompen is en de breedte in gaat, omarmt ze alles als zichzelf. Ze is als water: vrouwelijk, accepterend, zonder onderscheid. Als liefde de diepte in gaat, vernietigt ze alle obstakels die ze onderweg tegenkomt. Ze is als vuur: mannelijk, onderscheidend, met de waarheid als enig hou­vast.

Velen onder jullie kennen de zachte, vrouwelijke Jezus. Maar hoevelen kennen de sterke, mannelijke Jezus? Degene die het zwaard des onderscheids bij zich draagt, het zwaard der waarheid?

Het is allebei noodzakelijk. Als je mij wilt leren kennen, moet je het mannelijke en het vrouwelijke in jezelf tezamen brengen. Zonder het mannelij­ke is spiritualiteit vrouwelijk en soft. Dan is er geen kans op bewustwording.

Een levende kerk

De kerk waar toe ik oproep moet zowel de mannelijke als de vrouwelijke kant omarmen. Ze moet iedereen zonder voorwaarden verwelkomen en toch ook de waarheid zonder compromissen zijn toegedaan.

In een levende kerk is iedereen vrij zijn eigen spirituele pad vast te stellen. Iedereen krijgt bij dat streven de totale vrijheid en gunt die op zijn beurt aan anderen. Men is het er­over eens dat men elkaar niet probeert te bekeren of 'beter' te maken. Men vraagt de anderen om onvoorwaardelijke steun en begrip voor de eigen ontwikkelingsweg en geeft die ook aan anderen.

Wie deze afspraak met voeten treedt, krijgt het verzoek om zijn of haar motieven en gedrag openlijk te bespreken en te luisteren naar de feedback van de anderen. Het is daarbij niet de bedoeling iemand te schande te maken of in verle­genheid te brengen maar om iemand aan te horen, hem of haar behulpzaam te zijn en uiteindelijk vast te stellen of die­gene zich wel kan verenigen met de spirituele richtlijnen die binnen de gemeenschap gelden.

Alles waarmee het algemene vertrouwen wordt geschon­den, wordt met liefde en mededogen benaderd. Er wordt steeds gehandeld vanuit het verlangen naar begrip en saam­horigheid. Maar de richtlijnen mogen nooit verflauwen of aangetast worden. Je mag nooit aan spirituele waarheden gaan tornen, ze gaan aanpassen of herzien om ruimte te ma­ken voor iemands tekortkomingen of om fouten te vergoelij­ken.

Fouten worden erkend en vergeven. Als je begrijpt wat er fout is, maak je het goed. Dat inzicht ontstaat spontaan zodra mensen bereid zijn hun gedrag onder ogen te zien en zich realiseren welke invloed dat heeft op henzelf en op anderen. Correctie en vergeving gaan hand in hand. Zonder verge­ving is correctie onmogelijk en zonder correctie is vergeving niet compleet.

Een levende kerk of tempel moet duidelijk zijn over wat zich daar afspeelt en daar ook trouw aan zijn. Aangezien al­les er gebeurt in een sfeer van liefde, vergeving en onder­steuning, trekt dat allerlei verschillende mensen aan. De tole­rantie, flexibiliteit en openheid van de kerk/tempel en haar leden zullen voortdurend op de proef worden gesteld. Bij dat alles moet ze innerlijk hard en naar buiten toe zacht zijn. Iedereen moet eerlijk en respectvol behandeld worden.

In een levende kerk of tempel ligt de macht altijd in han­den van de gemeenschap. De voorganger, geeft leiding door zijn of haar voorbeeldfunctie en door anderen aan te moedi­gen hun eigen unieke spirituele pad te bewandelen. Hoe suc­cesvoller een voorganger daarmee is, des te participerender de organisatie wordt. Dan maakt het niet meer uit of een, voorganger vertrekt, omdat de activiteiten binnen de kerk of de tempel doorgaan en van hetzelfde niveau blijven.

Doof de bekwaamheid waarmee hij anderen aanmoedigt, kan een goede voorganger zichzelf overbodig maken. Hij heeft simpelweg tot taak om een gemeenschap die werd op­gezet binnen het oude paradigma om te vormen tot een ge­meenschap die te werk gaat vanuit het nieuwe paradigma. Hij of zij weet vakkundig een sfeer te scheppen waarin ande­ren zich uitgenodigd voelen verantwoordelijkheid te nemen, hun talenten naar voren durven brengen en de organisatie willen helpen opbouwen. Als de kerkgemeenschap eenmaal goed draait, zit het werk voor de voorganger erop en komt hij vanzelf in een nieuwe omgeving terecht waar hem een andere uitdaging wacht.

Een goed opgezette gemeente heeft geen voorganger no­dig, hoewel zij daar indien gewenst zeker voor kan kiezen. Er kan een leidinggevend comité gevormd worden, bestaande uit mensen die al lang lid zijn maar dat ook nieuwe leden telt. Dit comité leidt de kerk middels intuïtieve consensus en neemt belangrijke beslissingen pas na de grotere gemeen­schap te hebben gehoord. Het lidmaatschap van dit comité zou moeten wisselen opdat men niet gehecht raakt aan een beleidsbepalende rol.

Zo'n leidinggevend comité moet ervoor waken het voor­beeld van de oprichter - openheid en positieve feedback - te blijven volgen. Ze moeten zich ervoor inzetten dat de con­gregatie zich houdt aan het oorspronkelijke ideaal, namelijk het bieden van een 'veilige en liefdevolle sfeer waarin niet geoordeeld wordt en de leden worden aangemoedigd hun gaven en talenten naar voren te brengen'. Als er aan de veili­ge sfeer getornd wordt, of als de leden niet voortdurend ac­tief bij de kerk betrokken worden, zal de creatieve synergie snel verworden tot een binnen het oude paradigma passen­de polarisatie, afscheiding en een strijd om de macht.

Ik zeg dit niet om jullie tot kerkenbouwers te maken, want eerlijk gezegd ligt de enige kerk waar je heen moet in je eigen hart. Maar als je naar een fysieke kerk of tempel gaat of wilt gaan, kan het nuttig zijn als je weet hoe je een veilige en liefdevolle sfeer kunt creëren.

Alle maatschappelijke instanties kunnen getransformeerd worden door de richtlijnen op te volgen die ik jullie gegeven heb. Door deze eenvoudige ideeën toe te passen kunnen ker­ken, scholen, bedrijven, verpleeghuizen en ziekenhuizen, ge­vangenissen en overheidsinstellingen allemaal een spiritueel doel gaan dienen.

Je kunt over mijn leer drie dingen zeggen. Ten eerste: zij is eenvoudig. Ten tweede: zij geldt in elke situatie, onder alle omstandigheden en is in elke omgeving geldig en toepas­baar. Ten derde: als je haar toepast, geeft dat vrede in je hart en harmonie in je relaties.

Je zou toch denken dat die kenmerken wel een aanbeve­ling waren voor die leer, maar kijk eens goed. Zie jij rijen mensen bij mij op de stoep? Toch schieten overal de sekten als paddestoelen uit de grond. De fundamentalistische kerken groeien als kool. Hele kuddes mensen gaan naar de darshan bij de swami's en de goeroes.

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben niet tegen swami's, goe­roes, fundamentalisten of sekteleden. Ik wijs er alleen maar op dat mijn leer - die absoluut werkt - geen grote populari­teit geniet.

Mensen hebben op een of andere manier intuïtief in de gaten dat hun leven nooit meer hetzelfde zal zijn als ze dit pad inslaan. Ze weten niet zeker of ze wel echt willen dat er een revolutie plaatsvindt in hun leven.

Dat begrijp ik wel. Velen spelen dat ze zich overgeven maar blijven verslaafd aan de macht. Ze willen wel van men­sen houden die net zo zijn als zij, maar ondertussen vasthou­den aan hun oordeel over hen die anders zijn. Zo lijken ze spiritueel zonder het risico dat ze kwetsbaar worden. Ze pra­ten wel over liefdé, maar houden een harde cocon om zich heen waar de liefde op afketst.

Ze hebben de schijn van liefde maar niet de ware liefde. Met echte liefde zou hun leven openbreken.

Congruentie

(Congruentie betekent dat al iemands interne overtuigingen, strategiën en gedragingen (woorden, stem en lichaamstaal) volledig met elkaar in overeenstemming zijn, gericht op het bereiken van een bepaald doel. Als iemand volledig congruent is, werken alle aspecten van hem of haar samen. Twijfel bestaat niet.)

Je wordt congruent - gaat met jezelf samenvallen - als je trouw kunt zijn aan jezelf, als je jezelf kunt accepteren zoals je bent, of jouw beleving nu hetzelfde is of anders dan de be­leving van anderen.

Je geeft blijk van congruentie als je daden overeenstem­men met je woorden. Een congruent mens is te vertrouwen, hij of zij is een mens uit één stuk. Het is niet zo dat hij of zij geen fouten maakt. Dat gebeurt beslist en hij is niet bang om zijn fouten .toe te geven, tegenover zichzelf noch tegenover anderen. Een congruent mens geeft zichzelf er niet van langs als hij erachter komt dat hij zich vergist heeft. Hij vindt we­gen om zich voor zijn fout te verontschuldigen en haar goed te maken. Als hij daar geen wegen voor kan vinden, vergeeft hij zichzelf en probeert die fout niet opnieuw te maken.

Een congruent mens leert altijd van zijn ervaringen. Hij wordt steeds eerlijker tegenover zichzelf en trouwer aan zichzelf. En hoe eerlijker en trouwer hij aan zichzelf wordt, des te eerlijker en trouwer kan hij worden tegenover ande­ren. Innerlijke congruentie en uiterlijke betrouwbaarheid gaan hand in hand.

Hoe beter hij zichzelf kent, des te duidelijker hij kan zijn tegenover anderen. Hij doet geen beloften en neemt geen verplichtingen op zich waaraan hij zich niet kan houden. Hij zeg 'nee' als hij nee bedoelt en 'ja' als hij ja bedoelt en 'dat weet ik niet' als het niet duidelijk is. Mogelijke misverstan­den en onheus gedrag worden in balans gehouden door zijn bereidheid om de waarheid over zichzelf te spreken.

Mijn leer zet je aan tot congruentie, omdat dit het belang­rijkste kenmerk is van het bewustwordingsproces. Elke vorm van liefdevol gedrag komt voort uit innerlijke congru­entie, die vereist dat men zichzelf liefheeft, serieus neemt en eerlijk de waarheid zegt.

In die zin is de veilige en tolerante sfeer binnen een spiri­tuele gemeenschap bedoeld om iemand te helpen zijn eigen beweegredenen onder ogen te zien. Alle relaties met andere mensen, zelfs de meest ongezonde interacties, veranderen als iemand eerlijk kan zijn tegenover zichzelf en zichzelf seri­eus kan nemen.

Mijn kerk is een therapeutische gemeenschap waar echter geen therapeuten zijn. Iedereen komt daar voor zijn eigen genezing en alle anderen zijn slechts getuigen van dat pro­ces. Ze komen niet om anderen te analyseren, beter te maken of tot verlichting te brengen. Ze komen alleen om hen te ac­cepteren en getuige te zijn van hun ontwikkeling. Door erop te vertrouwen dat die ontwikkeling iemand precies daar brengt waar hij of zij wezen moet, versterken ze hun vertrou­wen in hun eigen proces.

Het gaat in mijn werk altijd om plaats maken en erop ver­trouwen dat de geest haar geneeskrachtige werk doet. Als wij proberen de geneeskundige te zijn, de zielzorger, de le­raar, de technicus, vergroten we alleen maar iemands portie verwarring, angst en schuldgevoel. Om die reden bied ik je geen methoden ter verbetering of verlossing. Ik bied je geborgenheid, een veilige sfeer en de kans om op te staan en eerlijk te zeggen hoe jij het leven ervaart, tegen jezelf en te­gen anderen. Ik bied je de uitdaging om mee te werken aan het opbouwen van zo'n veilige sfeer, waarin jij ook anderen een luisterend oor biedt. Dat is alles. Het is genoeg voor een heel leven.

Je hoeft niet over alle antwoorden te beschikken om te kunnen groeien, om door je angsten heen te kunnen komen, om volop in het leven te kunnen staan. Zodra jij je verhaal vertelt en meeleeft met het verhaal van anderen, begint in je hart het alchemistische transformatieproces. En dât bepaalt je ontwikkeling, niet jij of ik.

Waar die ontwikkeling toe zal leiden kan ik je niet zeg­gen. Sterker nog: je hoeft het niet te weten, het is onbelang­rijk. Ik kan je echter wei zeggen dat je erop kunt vertrouwen en dat het je thuis zal brengen, bij jezelf; thuis bij de diepste vorm van intimiteit, thuis bij je eeuwigdurende verbintenis met het goddelijke.

Het is een prachtig proces. Het is een raadselachtig pro­ces. Het valt niet te voorspellen en gaat alle verwachtingen en begrip te boven. Berust er maar in en al je lasten worden van je afgenomen. Berust er maar in en alles wat echt en waar in je is krijgt vleugels.

Broederschap

Een spirituele gemeenschap richt zich niet op geestelijk of spiritueel onderricht maar op kameraadschap en broeder­schap. Je kunt pas echt van een spirituele gemeenschap spre­ken als daarin ruimte is voor een open geest en een open hart.

Wanneer je anderen allerlei dogma's voorhoudt, bevorder je die ruimdenkendheid niet. Je manipuleert en overheerst mensen als je hen bepaalde antwoorden en oplossingen aan­biedt. Je zou hen beter kunnen helpen zelf hun vragen te for­muleren en op zoek te gaan naar hun eigen antwoorden. Je zou ze moeten aanmoedigen op hun tocht naar zelfinzicht en ze moeten laten voelen dat er in die gemeenschap ruimte is om hun ideeën naar voren te brengen zonder dat ze geoor­deeld of toegesproken worden. Als je respect hebt voor ie­ders vermogen zijn eigen pad te vinden, dan vindt men dat.

Je bevordert de openhartigheid niet door iemand van je gemeenschap uit te sluiten of sommige leden een voorkeurs­behandeling te geven. Mensen storten hun hart uit als ze zich welkom voelen en als gelijken behandeld worden. En ze klappen heel snel dicht als ze moeten wedijveren om liefde en aandacht. De meeste mensen zijn emotioneel diep ver­wond en reageren heel snel en defensief bij de geringste vorm van oneerlijkheid, zelfs als dat onopzettelijk is.

Daarom moet men zich binnen de gemeenschap allereerst richten op duidelijke grenzen en gezonde groepsprocessen. Iedereen moet de kans krijgen om gehoord te worden. Ieder­een moet worden aangemoedigd zijn gevoelens niet te on­derdrukken of voor anderen verborgen te houden.

Als men een veilige sfeer weet te scheppen waarin ieder­een zijn gevoelens kan uiten zonder anderen aan te vallen, kunnen misverstanden, projecties en oordelen over elkaar worden opgelost. Dan kan iedereen weer terug naar zijn hart en zijn lichaam. Dan kun je weer ademen. Dan kun je weer op elkaar vertrouwen.

Het is absurd om te veronderstellen dat zo'n fysieke, emotionele en mentale verzoening plaats kan vinden zonder dat dit door een liefdevolle sfeer bevorderd wordt. Als je een groep zonder richtlijnen en methodische vaardigheden aan zichzelf overlaat, is dat net zoiets als een kleuter aan zijn lot overlaten in een huis. Dat kan een kwartiertje goed gaan, maar daarna vindt hij ongetwijfeld de schoonmaakmiddelen in het gootsteenkastje en de la met messen. Hoe dat afloopt wil je liever niet weten.

En toch weet je het. Je ziet het keer op keer. Zodra de ego's overgaan tot aanval en verdediging duurt het niet lang of het slagveld is bezaaid met lijken. En dan heb je uiteraard ook nog gewonden die nog op de been zijn, die geraakt wer­den maar dat nog niet weten. Je gaat ervan uit dat ze nor­maal zijn, tot je iets doet wat hun onderdrukte woede los­maakt.

Nee, je kunt een groep gewonden beter niet aan hun lot overlaten. Je wilt hen leren wat grenzen zijn, hoe je een veili­ge, liefdevolle en niet-oordelende sfeer kunt creëren en kunt bewaren. Je wilt hen leren hoe ze hun gevoelens kunnen ui­ten zonder anderen verwijten te maken of voor hun emotio­nele toestand verantwoordelijk te stellen.

Veel mensen die zich aansluiten bij een spirituele ge­meenschap zijn wanhopig op zoek naar liefde en acceptatie. Ze zullen de richtlijnen van de gemeenschap onderschrijven zonder die te begrijpen. Op het moment dat ze ergens echt door geraakt worden, ontploffen ze van woede en vallen ze iedereen aan die hen in de weg staat. Wat kun je in zo'n ge­val doen?

Welnu: je kunt hen niet de richtlijnen en regels gaan voor­lezen en vragen zich daaraan te houden. Ze geven je vast niet de kans hen terecht te wijzen of toe te spreken. Het enige wat je kunt doen is de regels toepassen. Neem verantwoor­delijkheid voor je eigen gedachten en gevoelens. Zorg dat je niet projecteert. Luister zonder de ander te onderbreken. Laat je niet onderbreken of over je heen walsen, maar vraag van de ander dat hij net zo naar jou luistert als jij naar hem luisterde. Val niet aan. Verdedig je niet. Vraag alleen om evenveel tijd. Je schuift de ander geen fout in de schoenen maar staat op een gelijke behandeling, en daarmee lost de woede op en krijgt de hele gemeenschap in levenden lijve te zien hoe de richtlijnen uitwerken.

Er zou een kerngroep van leden moeten zijn die heel be­dreven zijn in het toepassen van de richtlijnen. Doordat ze met hun toepassing van de methode een voorbeeldfunctie kunnen vervullen, leert de hele gemeenschap die methode toepassen en dan kunnen zelfs de allermoeiljkste situaties z6 worden opgelost dat iedereen tot zijn recht komt.

Zowel het hart als het hoofd is geneigd zich af te sluiten. Wie dat niet weet is naïef. Als je met anderen een gemeen­schap vormt in de verwachting dat iedereen voortdurend openhartig zal zijn, zul je nog van een koude kermis thuisko­men. Je zult merken dat al die 'lieve, spirituele' mensen af en toe helemaal door het lint gaan en hun kwetsuren op onmiskenbare wijze kenbaar maken. En dan vraag je je af: 'Wat doe ik hier? Dit is net zo erg als het gezin waar ik vandaan kom, erger nog misschien!'

Welnu, ik zal je zeggen wat je er doet. Je kwam om een re­ele kijk te krijgen op de mens. Op jouw ego en dat van ande­ren. Je moet begrijpen dat iedereen een duistere kant heeft. Iedereen heeft trauma's en andere zaken die niet gemte­greerd zijn.

Het wordt tijd dat je je mooie fantasieën over wat een ge­meenschap is laat varen. Het is niets voor tortelduifjes. Het is eerder een fornuis, dat brandt op de kolen die iedereen op het vuur gooit, opgegraven uit andermans achtertuin. Dat is helemaal niet leuk en ook niet plezierig. En nuttig of frans-formerend is het ook al niet, tenzij men zich al vanaf het be­gin methodische vaardigheden heeft aangeleerd.

Om die reden houden velen zich verre van een op het ge­voel gerichte, interactieve vorm van spiritualiteit. Ze slaan hun eigen weg in, mediteren zes uur per dag en volgen het - uitgestrekte pad van alleenzijn. Maar voor velen betekent dat slechts dat ze zich terugtrekken van het vuur. Het duurt een stuk langer om om het vuur heen te gaan dan om er doorheen te gaan.

Probeer echter niet door het vuur heen te gaan zonder de juiste voorbereiding. Probeer geen gemeenschap met-ande­ren te vormen zonder dat je beseft hoezeer het ego jou en an­deren in zijn greep heeft. Leer hoe je met het ego om kunt gaan als het de kop opsteekt. Leer er aandacht aan te geven, erken het en laat het los. Ontwikkel goede methodische vaar­digheden. Pas de richtlijnen toe. Dan kun je over hete kolen lopen.

Een open hart en een open geest

Als je niet open van geest kunt zijn, sluit je hart zich af, en vice versa. Eigenlijk maakt het niet uit welke van de twee zich het eerst afsluit, de ander komt er snel achteraan. Ver­wacht niet dat je vanzelf een open geest houdt. Dat gebeurt niet. Een open geest is een geest die vrij van oordeel is. Hoe lang duurt het voordat er een oordeel in je opkomt? Wees eerlijk. Is dat om de twee uur, om de twee minuten of om de twee seconden?

Tussen die oordelen door is de geest open. Zodra er een oordeel opkomt, sluit de geest zich af en hij blijft gesloten zo­lang je aan het oordeel vasthoudt.

Probeer niet op- te houden een oordeel te hebben. Dat is vergeefse moeite. Wees je daarentegen bewust van de oorde­len die in je opkomen, kijk ernaar en laat ze los. Als je dat doet zul je ontdekken dat er meer ruimte tussen je oordelen komt, dat er meer tijd is waarin je een rustige, ontspannen en open geest hebt.

Als je samen met andere mensen een veilige en liefdevolle plek gecreëerd hebt, erken je oordeel dan ten overstaan van de groep. Door je oordelen aan anderen op te biechten, kun je ze zelfs nog beter loslaten dan alleen. Je draagt daarmee ook bij aan een klimaat waarin men het ego gaat zien als een natuurlijk verschijnsel waar alle mensen mee te maken heb­ben. Het komt op en verdwijnt weer. Soms gaat dat met woede gepaard, soms met verdriet.

Je helpt een sfeer creëren waarin niemand zichzelf de grond intrapt omdat zijn ego zich laat gelden. Dus wordt het ego wat lichter opgevat en makkelijker losgelaten. Het ego wordt niet meer vastgehouden door het ego, maar door iets anders, door iets milds en toegeeflijks. Iets wat barmhartig, aanvaardend en vergevingsgezind is.

Hoe je dat noemt maakt niets uit. Sommigen noemen het de Geest. Sommigen noemen het je Hogere Zelf. Sommigen noemen het de Tegenwoordigheid van Liefde. Namen doen er niet toe.

Hoe je het ook noemt, het is dt aspect van jou dat niet bang of verwond is. Het is je bewustzijn van het geheel waarin alle delen een plaats hebben.

Door je oordelen op te biechten, herstel je je verbinding met het geheel. Je krijgt weer een open geest en een open hart. Door je broeder en zuster daar getuige van te laten zijn, erken je dat je hetzelfde bent als zij. Je geeft toe: 'Ook ik ben iemand die oordeelt. Ik ben niet anders dan jij.'

Waar die vrijwillige biecht wordt toegepast ontstaat er een gemeenschap van gelijken. Niemand is spiritueler dan een ander. Iedereen heeft oordelen. Iedereen wil die loslaten en weer in vrede leven.

Niemand zal een ander nawijzen of bekritiseren om het feit dat hij een oordeel heeft. Niemand leest de ander de re­gels voor. Bij elke misstap of overtreding die hij opbiecht be­sef jij: 'Dat ben ik. Ik ben niet anders dan mijn broeder.'

Je pretendeert niet dat je spiritueel bent door je fouten toe te geven. Je streeft niet naar perfectie en schaamt je evenmin voor je imperfectie. Je accepteert alleen je ego dat opkomt en weer afneemt. Je hebt geduld en mededogen. Daarmee maak je de sfeer veiliger.

Wanneer je een klimaat schept waarin het ego geaccep­teerd en vergeven wordt, wordt het leven voor iedereen een stuk makkelijker. Nu houdt de Geest het ego in een liefde­volle omhelzing vast en is het ego minder geneigd de geest te verdelen. Naarmate de nieuwe misstappen minder fre­quent optreden en minder ernstig zijn, krijgen de psychische wonden tijd om te genezen.

Daar gaat het om in mijn kerk. Het moet een genezende, heilzame gemeenschap zijn. Een gemeenschap waarin men elkaar onvoorwaardelijk zegent en vergeeft. Een veilige plek waar het ego mag opkomen zonder te worden veroordeeld. Een gewijde plek waar elke contractie, elke angstige bewe­ging, liefdevol wordt erkend en wordt losgelaten. Een heilig­dom waarin hart en geest zich louter sluiten om zich volledi­ger te kunnen openstellen voor de tegenwoordigheid van liefde.

Spirituele arrogantie

Het is spirituele arrogantie om te denken dat je verder ge­vorderd bent op het spirituele pad dan iemand anders. Zelfs als het waar zou zijn, dan had je er nog niets aan als je dat wist of daar aanspraak op maakte. Je hebt iets aan mededo­gen voor jezelf, mededogen voor anderen. Je hebt iets aan het besef dat ieder mens de les krijgt die geknipt voor hem is, en dat jij nooit kunt zeggen hoeveel hij ermee opschiet als hij de les leert.

Denk niet dat je in staat bent om correct vast te stellen hoe groot de spirituele vooruitgang is die iemand geboekt heeft, jezelf daarbij inbegrepen. Dat kan niet. Dat weet je niet. Ie­mand die stukken achter lijkt, kan in een flits vooruitgaan. En iemand die voor lijkt te liggen, kan ernstig onthand ra­ken. Het hele idee van voor- en achterliggen is al zinloos, aangezien je niet weet waar de start en waar de finish is.

Anderen starten niet noodzakelijkerwijze op dezelfde plek als jij. Ze eindigen niet noodzakelijkerwijze waar jij ein­digt. Sommigen maken een korte tocht die overloopt van hartverscheurende uitdagingen. Anderen maken een lange tocht die bestaat uit een groot aantal weinig spectaculaire lessen.

Je kunt naar anderen kijken en denken dat je het begrijpt maar dan houd je jezelf alleen maar voor de gek. Je hebt geen idee waar het in andermans leven om gaat. En eigenlijk is het helemaal jouw zaak niet om dat te weten. Jij hebt je handen al vol aan je eigen portie. Het is al werk voor een heel leven om alleen maar in de gaten te krijgen wat je eigen lessen zijn en die in liefde te aanvaarden.

Als je een spiritueel leraar bent, vraag je dan af of je die rol wellicht gekozen hebt om de lessen die je hier kwam le­ren uit de weg te gaan. Als je een autoriteit bent en anderen de wet voorschrijft, hoef je nooit naar jezelf te kijken.

Je kunt er zeker van zijn dat je je niet voor eeuwig kunt verstoppen. Na verloop van tijd moet ook jouw vuile was naar buiten komen. Dat is onontkoombaar. Iedereen komt hier met de gedachte dat hij de grote verdwijntruc kan toe­passen. Sommige mensen zijn er heel goed in. Ze verdwijnen wel vijftig of zestig jaar. Als ze terugkomen weten ze zeker dat geen mens hen zal herkennen. Maar zodra ze bij de krui­denier binnenstappen, weten ze dat het spel voorbij is.
Niemand kan zich voor altijd verstoppen. Want dit is een plek waar iedereen gevonden wordt. Iedereen wordt uitein­delijk wakker geroepen. Zo zit het aardse bestaan in elkaar. Je kunt er maar beter aan wennen.

Zelfs degenen die helemaal achterin de rij staan, komen op den duur aan de beurt. De man die de namen afroept gaat heus niet dood voordat hij bij jou is aangekomen. En als hij al dood zou gaan, zou een ander hem vervangen. Je kunt je hier niet verstoppen. Je kunt niet voorgoed onzichtbaar worden.

Dat lijkt misschien gek. Tenslotte draagt de meerderheid van de mensen hier op aarde een knappe vermomming of zij doen alsof zij niet thuis zijn ls de bel gaat. Zo overtuigend is de ontkenning.

Maar dat doet er niet toe. Die mensen hebben de touwtjes niet in handen. Degene achter het masker, die neemt alle be­slissingen.Degene achter het masker, die roept de vreemde­ling naar de voordeur om de oproep, af te geven, de wekroep te laten horen.

Wij denken dat de autoriteit buiten ons ligt en dat het ons allemaal maar overkomt. Heus niet! De autoriteit zit van bin­nen en we laten het allemaal gebeuren opdat we kunnen ont­waken.

De hele planeet is bezig met de opdracht tot ontwaken. Daarom zijn er ook zoveel mensen die ogenschijnlijk lopen te slapen. Hoe kunnen ze ontwaken tenzij ze in slaap zijn of in ieder geval doen alsof.

Als je je wilt verstoppen moet je niet op aarde zijn. Als je wilt blijven slapen moet je niet op aarde zijn. Als bewuste­loosheid je doel is, ben je op een gevaarlijke plek!

Alle mensen die momenteel aan het slaapwandelen zijn, zullen zich ooit realiseren dat ze hun bed en hun huis verla­ten hebben en op straat lopen. Dat besef ontstaat heel een­voudig: doordat ze tegen elkaar opbotsen.

Daar gaat het simpelweg om bij deze interactieve ontwik­keling: overtredingen, botsingen, misbruik, noem het maar zoals je wilt. Het lijkt opzettelijk maar dat is het eigenlijk niet. Niemand weet bewust dat hij tegen iemand aan zal bot­sen. Het gebeurt gewoon. En als hij dan slim is, dan wordt hij wakker en zegt: '0, pardon, -ik zag je niet.' En zijn zuster zegt: 'Geeft niet. Ik zag jou ook niet.'

Wat zegt ze verder nog? Als ze het persoonlijk opvat en zegt: 'Ja, je zag me wel, hufter', wat bewijst dat dan? Dat bewijst niet dat ze werd aangevallen Het bewijst alleen dat ze zich aangevallen voelt. In feite is dat wat daar rondloopt: een stel mensen die zich stuk voor stuk aangevallen voelen. Het is geen accuraat beeld van wat er aan de hand is, maar het is een algemeen aanvaard beeld. Dat komt doordat iedereen gedrag interpre­teert. Iedereen kent er, een bedoeling aan toe. Iedereen denkt dat hij andermans drijfveren kent. Maar die kent hij uiter­aard niet. Hij heeft geen enkel idee waarom er iemand tegen hem aangebotst is.

Je hebt vast wel gehoord van huwelijken die lang tevoren werden gearrangeerd. Welnu, dit was een gearrangeerde botsing. De beide mensen achter het masker besloten elkaar een geheugensteuntje te geven zodat ze allebei tegelijkertijd konden ontwaken. Toen ze hun. ontmoeting afspraken, had­den ze geen idee dat ze zich allebei aangevallen zouden voe­len als het gebeurde.

Dat komt doordat ze, toen ze de ontmoeting regelden, allebei voeling hadden met elkaars achterliggende bedoeling: elkaar eerbiedigen en assisteren, geen kwaad berokkenen of pijn doen. Omdat ze op de goede bedoelingen van de ander vertrouwden, maakten ze zich niet druk om wat zich precies zou afspelen Ze wisten dat het in orde was, wat het ook zou worden.

Als jij voeling zou hebben met andermans intentie om te ontwaken en jou bij het ontwaken te helpen, zou je geen en­kele overtreding persoonlijk opvatten. Je zou gewoon zeg­gen: 'Het spijt me, broeder, ik zag je niet. Bedankt dat je me wakker maakte. Ik zal vanaf heden beter opletten.'

De kwetsuur of verwonding ontstaat niet door de botsing maar door de interpretatie van de botsing. Doordat je dege­ne die botste veroordeelt. Doordat je jezelf veroordeelt om­dat er iemand tegen je opbotste. Zodra we dat een overtre­ding gaan noemen, verliezen we het zicht op onze eigen rol daarin. We projecteren de verantwoordelijkheid op iemand anders. We denken dat wij rustig onze gang gingen en dat er ineens een slechterik aankwam die ons aanviel.

Dat is niet wat er gebeurde. Dat is het grote zelfbedrog, de grote leugen die we aan anderen doorgeven. We richten als slachtoffers het woord tot elkaar en vragen ons vervil­gens verwonderd af waarom iedereen er steeds maar van langs krijgt.

Zonder oprechtheid en eigen verantwoordelijkheid is er geen sprake van een ontmoeting. Zonder vergeving en me­dedogen is er geen sprake van een ontmoeting.

Als we elkaar willen ontmoeten, als we samen willen ont­waken, moeten we ophouden met interpreteren wat er ge­beurde en het gewoon laten zijn wat het is. We kunnen van de botsing geschrokken zijn. We kunnen tegen de ander zeg­gen dat het ons verrast heeft. Maar laten we niet gaan den­ken dat we weten waarom het gebeurde. Laten we het daar­entegen vragen. Laten we het eens uitzoeken.

Laten we ons eens eerlijk en zonder pretenties uitspreken: 'Toen we tegen elkaar aanbotsten vond ik dat pijnlijk, broe­der. Wat vond jij ervan?' Als je eerlijk bent door verantwoor­delijkheid te nemen voor je eigen gevoelens, is dat geen aan­val, geen vooronderstelling, geen overtreding en geen ver­wijt. Je vertelt simpelweg hoe je iets ervaren hebt. Dat nodigt uit tot een dialoog, niet tot een afscheiding.

Zodra je aanneemt dat er sprake is van schuld, is een aan­val onvermijdelijk. Je kunt een onschuldig mens niet aanval­len. Om te kunnen aanvallen moet je de overtuiging hebben dat je aanval gerechtvaardigd is, dat iemand het verdient. Op dat punt aangekomen heb je je al losgemaakt van je eigen gevoelens, je geest in tweeën gedeeld en je voorbereid op de onvermijdelijke, naar buiten gerichte schermutselingen. En dat alles uit spirituele arrogantie, allemaal omdat je dacht dat je andermans motieven kende.

Geef dat op, mijn vriend. Je weet niet wat er leeft in het hart van je broeder. Dat zul je nooit weten. Je kunt het hem het beste, openlijk vragen. Als je wilt weten wat hij denkt en voelt is dat de aangewezen weg, verder kom je niet.

Als je nooit bij je zuster informeert hoe zij de dingen er­vaart, hoe kun je haar dan ooit leren kennen? Dan ken je al­leen maar je eigen projecties, je eigen oordeel en interpreta­ ties. Die zeggen veel over jou en heel weinig over haar.

En als je niet van haar onschuld uit kunt gaan, hoe kun je dan ooit van je eigen onschuld uitgaan? Als je denkt dat je haar kent, hoeveel beter moet je dan jezelf kennen?
Snap je, er valt niet aan te ontkomen. Elke oordeel dat je over een ander velt, komt bij je terugren zal je achtervolgen.

Je kunt die oordelen beter laten varen. Je kunt je beter rea­liseren dat je niets van andermans intenties of motieven af weet. Je kunt beter inzien dat je vaak totaal geen voeling hebt met je eigen intenties.

Spirituele arrogantie draagt alleen iets bij aan het voortbe­staan van je onwetendheid. Iemand die arrogant is groeit niet, ontwikkelt zich niet. Ze wordt niet doorzichtig voor zichzelf of voor anderen. Ze verstopt zich. Ze doet een be­dekte aanval en als ze daarop aangesproken wordt lijkt het of ze slaapt. Ze speelt kat en muis met zichzelf en met het universum.

Ik weet een beter spelletje. Het heet: bots jij tegen mij, dan bots ik tegen jou. Geen verwijten, geen schande. Je hoeft zelfs de stand niet bij te houden. Je botst er gewoon lekker op los totdat je wakker wordt en elkaar in de ogen kijkt zonder oor­deel of veroordeling.

*********************************

Fragment uit: Stilte van het Hart / Reflecties van het Christusbewustzijn van Paul Ferrini,
gebasseerd op "Een Cursus in Wonderen"
Het boek "Stilte van het Hart" is hier te koop