Gods liefde - wat jullie altijd al hebben geweten, dat diep binnenin jullie zelf is - omhult alle levende wezens in Zijn goddelijke omhelzing. Nu zijn jullie op het punt om de realiteit te ervaren van dat meest verfijnde gevoel dat jullie erfenis, jullie goddelijke voorrecht en jullie geboorterecht is. Het is liefdevol voor jullie bereid en in een toestand van absolute perfectie in de zekere wetenschap dat jullie zouden terugkeren om het op te eisen, en dat het klaar zou zijn voor jullie op het afgesproken moment.

SAUL

zondag 9 april 2017

Heavenletter 1570 Kan de Aarde Anders Zijn Dan Rond? / Geplaatst 9 april 2017

Kan de Aarde Anders Zijn Dan Rond?
Brief uit de Hemel
Geplaatst 9 april 2017


God zei :

Kan de Aarde anders zijn dan rond? In rond zijn is heelheid te vinden. In rond zijn is Eenheid. De Zon is rond. De Maan is rond. Alle planeten zijn rond.

Stel je een cirkel voor die zo groot is, dat je de omvang ervan niet kunt vinden. Misschien is er wel geen omtrek te vinden. Misschien is die er niet, want de cirkel breidt zich steeds maar uit. Het is een bloeiende cirkel. Hij blijft maar meer en meer bloeien. Waar leidt die bloei toe? Wat gaat het worden, deze steeds maar groter wordende cirkel? En waar in haar rond zijn, begon het?

Stel je een cirkel van licht voor, met stralen zo helder dat je ogen het centrum ervan niet kunnen zien. Er is zoveel licht, dat je niet kunt zien waar het licht vandaan komt. Het enige dat je kunt zien is licht. Het enige dat je kunt weten is dat er licht is, en licht is. Het licht is zo helder dat je niets kunt onderscheiden in het licht. Misschien valt er wel niets te onderscheiden in het licht dat zo helder is. Misschien is er niets anders te onderscheiden dan meer licht, als je dat zou kunnen zien. Misschien is er niets anders dan licht, en licht sluit alles in.


Stel je voor dat je binnen in dit licht leeft. Stel je voor dat je deel uitmaakt van dit ongedifferentieerde licht. En toch, hoe kun je deel uitmaken van datgene dat geen delen kent, geen segmentatie, geen plekken, geen stippen, niets anders zijnde dan eenvoudige explosie van licht, opspringend en rollend als golven, licht dat het naar zijn zin heeft, licht dat niets anders kent, geen tijd, geen goed of kwaad, niets anders kennend dan licht zelf, niets anders kennend dan uitdijende eeuwigheid, zichzelf rondwentelend en rondwentelend, escalerend, dansend vreugdevol licht?

Ondergedompeld in licht, hoe zou je zelfs maar kunnen weten dat dit grenzenloze licht licht was? Licht zou geen naam hebben. Er zou nergens een naam voor zijn. Er zou niets zijn om een naam aan te geven. Er zou het bestaan van licht zijn. Er zou Bestaan zijn dat in haar eigen licht danste. Er zou die energie zijn die klaar stond om uit te barsten in gezang, te gaan spelen, in zichzelf te imploderen, de volledigheid van haar bestaan herhalend, oprollend en ontrollend, zichzelf rondcirkelend in steeds maar groter wordende cirkels, zichzelf omhelzend alsof er geen ander was, terwijl er al die tijd geen ander is.

Stel dat de herhaling van deze Eenheid haar Eenheid vergat? Stel dat de herhaling niet eens in Eenheid geloofde, het niet bevatte, het niet herkende of respecteerde, het zich niet herinnerde, het niet uitbundig prees, er niet naar zocht, het uitsloot van haar bewustzijn, het in de steek liet alsof Eenheid nooit had bestaan?

Stel dat deze gereflecteerde Eenheid maar bleef staren in lichtpoelen en zichzelf weerspiegeld zag op het oppervlak? Stel dat hij zich verbeeldde wat hij zich maar kon verbeelden, en dat in bestaan kwam wat hij zich maar verbeeldde? Hij stelde zich water voor en zwom er in. Hij stelde zich trottoirs voor en liep er op. Hij stelde zich andere wezens voor die rondliepen zoals zichzelf of niet zoals zichzelf, het trottoir vullend en de denkbeeldige plaats die hij wereld had genoemd. Stel dat hij overal zichzelf zag en niet wist dat hij dat was? Stel dat hij alles in bestaan dacht zoals een kunstenaar een tekening maakt? Stel dat zijn ogen cameralenzen waren, of een caleidoscoop, en hij geloofde dat alles dat hij zag, uit het niets voor zijn neus was gezet? Hij vond het elders uit.

En stel dat hij zich vaag iets herinnerde maar niet wist wat dat was? Hij kon zich er niet op concentreren omdat het nog steeds ongedifferentieerd was en veel te groot en te geweldig om te bevatten binnen het kwetsbare raamwerk dat hij voor zichzelf gebouwd had? Stel dat hij zich verbeeldde dat hij ergens gestrand was terwijl hij nog steeds ondergedompeld was in het vlammende licht waaruit hij dacht weggegaan te zijn?

Vertaald door: ancoterpstra